Tips

Willekeurige afschrijving (crisismaatregel)

In 2009 is als één van de crisismaatregelen de mogelijkheid ingevoerd om tijdelijk willekeurig af te schrijven op bedrijfsmiddelen. Een investering die in 2009 of 2010 is gedaan, kan in het investeringsjaar tot maximaal 50% worden afgeschreven en ten hoogste 50% in het daaropvolgende jaar. De oorspronkelijke regeling bepaalt verder dat het bedrag van de willekeurige afschrijving, vóór de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel, niet hoger mag zijn dan het bedrag dat ter zake van die verplichting is betaald of aan voortbrengingskosten is gemaakt (het zogenaamde betalingscriterium).

In de praktijk leidt nu het betalingscriterium tot problemen als er wel verplichtingen worden aangegaan, nog niet in gebruik genomen wordt en er weinig of niets al wordt betaald. Het probleem is dan dat er een niet beoogde beperking van de faciliteit optreedt. Op grond van de regels kan in het geval dat een bedrijfsmiddel nog niet in gebruik genomen is, slechts willekeurig worden afgeschreven voor zover er al betaald is. Een voorbeeld (uit het besluit) ter verduidelijking.

Een belastingplichtige gaat eind 2009 verplichtingen aan voor de aankoop van een bepaald bedrijfsmiddel. In 2010 wordt 60% betaald en in 2011 volgt de overige 40%. Begin 2011 wordt het bedrijfsmiddel geleverd en in gebruik genomen.

Zonder de aanpassing leidt de bovengenoemde situatie tot de volgende uitwerking. Het investeringsjaar is hier 2009; in dat jaar wordt immers de verplichting aangegaan. Vanwege het feit dat het bedrijfsmiddel evenwel nog niet in gebruik genomen is en er niet voldaan is aan het betalingscriterium – omdat er nog niets is betaald – kan er in 2009 niet willekeurig worden afgeschreven.

In 2010 kan er wel willekeurig worden afgeschreven, evenwel tot een maximum van 50%.

In latere jaren kan niet willekeurig worden afgeschreven, omdat in de oorspronkelijke regeling willekeurige afschrijving alleen toegestaan is in het investeringsjaar (in dit voorbeeld 2009) en het daaropvolgende jaar (in dit voorbeeld 2010). Daarmee komt de maximale willekeurige afschrijving in dit voorbeeld op 50%.

Niet bedoelde beperking

Dat er een dergelijke beperking van de faciliteit ontstaat, was niet de bedoeling van de regeling. Om deze reden heeft de Staatssecretaris op 18 mei 2010 een besluit het licht doen zien, dat tot een versoepeling van de regeling leidt en die het hiervoor vermelde probleem oplost.

Met het besluit van 8 mei 2010 neemt de Staatssecretaris met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 deze onbedoelde beperking weg. Het besluit houdt in dat:

•de voorwaarde dat alleen in het investeringsjaar en het onmiddellijk daaropvolgende jaar willekeurig kan worden afgeschreven, komt te vervallen en;

•de voorwaarde dat in het onmiddellijk op het investeringsjaar volgende jaar ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven, komt te vervallen.

Consequentie

Het gevolg is dat voortaan voor investeringen die in 2009 of 2010 zijn verricht, in het investeringsjaar – net als tot nu toe – ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven en het restant – anders dan tot nu toe – in een of meer van de volgende jaren willekeurig mag worden afgeschreven. Het is overigens nog wel zo dat blijft gelden dat voor investeringen in 2009 de ingebruikneming plaats moet vinden voor 1 januari 2012. Voor investeringen in 2010 moet de ingebruikneming plaatsvinden voor 1 januari 2013.

Uitzonderingen

Uitgezonderd van de willekeurige afschrijvingsfaciliteit zijn gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa, software, bromfietsen, motorrijwielen en personenauto's. Echter weer wel in aanmerking voor de faciliteit komen taxi's en personenauto's waarvan de CO2-uitstoot niet meer bedraagt dan 95 gram per kilometer (diesel), dan wel niet meer dan 110 gram per kilometer (benzine). Net zoals dit geldt voor de investeringsaftrek, zijn ook de bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn om ter beschikking te worden gesteld aan derden uitgesloten van de willekeurige afschrijving.

Samenvatting

Met de belastingregeling tijdelijke willekeurige afschrijving (TWA) mag u nieuwe bedrijfsmiddelen versneld afschrijven. Hiermee brengt u de winst omlaag, waardoor u minder belasting betaalt. Alle bedrijfsmiddelen vallen onder de regeling, met uitzondering van:

gebouwen

grond, weg- en waterbouwkundige werken

bromfietsen, motorrijwielen en personenauto's (behalve taxi's en zeer zuinige personenauto's)
dieren
immateriële activa, zoals software.

Voorwaarden

U moet onder meer aan de volgende voorwaarden voldoen:

Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt.
U mag niet meer afschrijven dan het bedrag van de investering of de kosten voor de voortbrenging.
U gaat de investeringsverplichting aan in 2010, of u maakt in dat jaar de kosten voor de voortbrenging.

Aanvragen

U meldt de investering bij de Belastingdienst.

Regeling is ingebouwd in Activa Manager plus

Tags: 
tip

Willekeurig afschrijven voor startende ondernemers

Willekeurige afschrijving

Er bestaat voor startende ondernemers een extra faciliteit: de willekeurige afschrijving. De faciliteit betekent dat niet per se de levensduur het criterium hoeft te zijn bij het afschrijven. De aanschaffingskosten mogen nu volstrekt willekeurig als kosten worden geboekt bij het berekenen van de fiscale winst. Dat kan tot gevolg hebben dat een investering van bijvoorbeeld € 5.000 in het eerste jaar van aanschaf geheel als kosten wordt geboekt.

Belastingvermindering?

Het belang van direct afschrijven: de winst wordt verlaagd met het volledige bedrag van de aanschaffingskosten, en dat leidt tot een acute vermindering van de verschuldigde inkomstenbelasting.

Het doel daarvan is het stimuleren van de start van de onderneming. Immers, acute belastingvermindering is een financieringsvoordeel. Het is niet altijd echt een belastingvoordeel. Immers, de afschrijvingskosten worden hoogstens op een ander moment ten laste van het inkomen gebracht dan wanneer regelmatig zou zijn afgeschreven. Wat je nu in dit jaar afschrijft ten laste van je inkomen kun je in latere jaren niet afschrijven.

Willekeurig afschrijven is niet altijd direct afschrijven

Als je nog geen winst maakt waarover je inkomstenbelasting betaalt, zou het dom zijn om je investeringen direct af te schrijven. Je kunt de afschrijvingskosten dan beter bewaren tot latere jaren waarin je winst hoger kan zijn.

Willekeurige afschrijving kan dus ook betekenen dat je het afschrijven uitstelt. Eigenlijk kun je het afschrijven zo precies regelen dat de winst exact bepaalt wordt op het bedrag dat je wilt zien.

Winstbeoordeling en willekeurige afschrijving
Willekeurig afschrijven is dus een strategisch middel. Je kunt er je belastingheffing mee sturen.

Dat is dan ook in essentie het voordeel: je kunt je liquiditeit beïnvloeden en mogelijk ook je uiteindelijke belastingbetalingen, door te 'spelen' met afschrijvingskosten.

Dat betekent ook dat het beeld dat je zelf van de winst hebt door deze regeling nogal verstoord kan raken. Dat is een nadeel. Daarom wordt aanbevolen om de winst in elk geval eerst met normale afschrijving te berekenen. Uitsluitend voor de belastingheffing kan dan die winst gecorrigeerd worden met de willekeurige afschrijving.

Alléén voor belastingheffing

In de fiscale winstberekening, dus voor de belastingheffing, mag je spelen met afschrijvingskosten. Andere belanghebbenden accepteren dit niet.

Een bank die je kredietwaardigheid beoordeelt accepteert ook geen willekeurige afschrijving in de winstbepaling. Ook daarom wordt aanbevolen om de winst in elk geval eerst met normale afschrijving te berekenen.

Regeling is ingebouwd in Activa Manager plus

Tags: 
tip

WOZ waarde 50% of 100%

WOZ-waarde
Door het koppelen van de bodemwaarde aan de WOZ-waarde voor de afschrijving op het vastgoed is een correcte waarde van de WOZ-beschikking van belang. Een kritische beoordeling van deze WOZ-beschikking is dan ook geboden. Indien er geen of niet tijdig bezwaar is gemaakt dan staat deze waarde vast en kan in beginsel niet worden teruggekomen op deze vastgestelde bodemwaarde.

Werktuigenvrijstelling
Van belang is nu om vast te stellen welke onderdelen van het vastgoed, voor het vaststellen van de bodemwaarde, daadwerkelijk onderdeel uit maken van het vastgoed. Werktuigen die onroerend zijn en hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan het (productie)-proces zijn vrijgesteld bij de bepaling van de waarde van het vastgoed volgens de WOZ. Dit geldt niet voor werktuigen die het vastgoed beter geschikt maken voor gebruik, zoals bijvoorbeeld een lift of sprinklerinstallatie, hiervoor geldt geen vrijstelling. Verder moet het werktuig verwijderd kunnen worden uit het vastgoed met behoud van zijn waarde en mag niet aangemerkt kunnen worden als een gebouwd eigendom. Dit laatste kan zich voordoen als een werktuig aard en nagel vast zit in de betreffende vastgoed, zodat dit wordt aangemerkt als een gebouwd eigendom.

Beleggingsvastgoed of vastgoed in eigen gebruik
De boekwaarde van het vastgoed kan door afschrijving nooit onder de bodemwaarde uitkomen. Voor beleggingsvastgoed geldt dat de mogelijkheid tot afschrijven bestaat tot 100% van de WOZ-waarde. Voor vastgoed in eigen gebruik wordt de bodemwaarde gesteld op 50% van de WOZ-waarde van het vastgoed en ondergrond.
Wat is nu het onderscheid tussen beleggingsvastgoed en vastgoed in eigen gebruik? Beslissend voor de beantwoording van deze vraag is de feitelijke bestemming.
Is er sprake van ‘verhuur aan een derde’? Als het vastgoed voor 70% of meer ter beschikking wordt gesteld aan een derde dan is sprake van een beleggingsvastgoed. Hierop zijn enkele uitzonderingen mogelijk, kort samengevat: ingeval er sprake is van kortstondige verhuur. Bij kortstondige verhuur kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de verhuur van vakantiewoningen of de exploitatie van een hotel of sportpark.

Verhuur aan verbonden persoon of vennootschap
Wordt het vastgoed niet aan een derde verhuurd, maar aan een verbonden persoon of een verbonden lichaam, dan is sprake van een vastgoed in eigen gebruik. De wet kent gedetailleerde omschrijvingen van de begrippen ‘verbonden persoon’ en ‘verbonden lichamen’. Bij mede-eigendom moet de WOZ-waarde van het vastgoed naar evenredigheid, naar mate van eigendom, worden verdeeld over de mede-eigenaren. Dit kan tot complexe situaties leiden bij firma’s en andere samenwerkingsverbanden. Bij meerdere firmanten kan er als snel sprake zijn van overschrijden van het 70% criterium zodat in dat geval het vastgoed als beleggingsvastgoed wordt gekwalificeerd. Het is dan ook verstandig om bij samenwerkingsverbanden kritisch te bekijken hoe het vastgoed dient te worden gekwalificeerd.

Anti-misbruik
De nieuwe wettelijke regeling kent antimisbruikbepalingen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de nieuwe afschrijfbeperkingen worden ontlopen. Het gaat hierbij vooral om splitsing van gerechtigdheid tot het vastgoed van meerdere verbonden personen of B.V.’s. Hierbij kan worden gedacht aan een juridische splitsing tussen opstal en ondergrond, tussen vruchtgebruik en bloot-eigendom, tussen huur en verhuur. In die gevallen moet de afschrijving over de verbonden personen/B.V.’s worden verdeeld naar rato van de afschrijving die bij ieder van hen had plaatsgevonden als de samenstelling van investeringen niet zou hebben plaatsgevonden. De antimisbruikbepalingen zijn uitsluitend van toepassing bij een splitsing van de gerechtigdheid, de investeringen in het vastgoed tussen verbonden personen en/of B.V.’s. Als eerder gezegd, die verbondenheid is in de wet gedetailleerd omschreven en laat ik hier verder buiten beschouwing. Opmerkelijk is dat enkele naaste familieleden – zoals een broer of zus, maar ook meerderjarige kinderen – niet als verbonden persoon zijn aangemerkt. Dit laatste kan interessante mogelijkheden bieden om belasting te besparen.

Tags: 
tip

GEEN afschrijvingsbeperking VAMIL gebouwen

Afschrijvingsbeperking geldt niet voor VAMIL-gebouwen!

De afschrijvingsbeperking op gebouwen geldt niet voor gebouwen die zijn aangewezen als milieu-bedrijfsmiddel. De afschrijving op gebouwen is met ingang van 1 januari 2007 beperkt.

Afschrijvingsbeperking gebouwen

Deze beperking houdt in dat de boekwaarde van een gebouw niet mag dalen beneden de zogenoemde bodemwaarde. Voor gebouwen die worden verhuurd aan derden (gebouwen ter belegging) worde de WOZ-waarde als bodemwaarde gehanteerd. Voor gebouwen in eigen gebruik wordt 50% van de WOZ-waarde als bodemgrens gehanteerd (zie ook: De regels over afschrijving op vastgoed op een rij).

Gebouw is milieubedrijfsmiddel

De afschrijvingsbeperking op gebouwen blijft buiten toepassing bij gebruik van de willekeurige afschrijving op milieu-bedrijfsmiddelen . Dit houdt in dat op gebouwen die onder de VAMIL vallen (groenlabelkassen en duurzame stallen(zie ook: Certificatie Groen Label Kassen)) willekeurig kan worden afgeschreven tot de restwaarde in plaats van tot de bodemwaarde.

Deze uitzondering is opgenomen in art. I, onderdeel Da, van de Wet Werken aan winst en treedt nu bij koninklijk besluit in werking (zie ook: Belastingoverzicht per 1 januari 2009). Inwerkingtreding vindt plaats per 28 januari 2009, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2009.

Goedkeuring Europese Commissie

Deze wijziging van de VAMIL betreft een intensivering van reeds goedgekeurde staatssteun en moest daarom ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft de wijziging van de VAMIL goedgekeurd met ingang van 1 januari 2009.

Tags: 
tip

Privé pand of ondernemingspand

Als het pand waarin de onderneming is gevestigd, uw eigendom is: privé-pand of ondernemingspand?

Als u uw onderneming vestigt in een pand dat uw eigendom is, moet u voor de inkomstenbelasting altijd vaststellen of dat pand een privépand of een ondernemingspand is. Dat heeft gevolgen voor de lange termijn.

Stel dat het pand tot het vermogen van uw onderneming behoort en dat het in waarde stijgt. Die waardestijging is dan winst van uw onderneming. En over die winst moet u te zijner tijd belasting betalen. De gemiddelde waarde van een pand dat u privé in eigendom hebt, moet u per jaar opgeven als vermogen in box 3 voor de inkomstenbelasting. Omgekeerd: onderhouds- en verbouwingskosten zijn aftrekbaar als het pand van uw onderneming is, maar niet als het pand van u privé is. Van belang is dus: weegt de verwachte waardestijging van het pand op tegen de verwachte kosten?

Afschrijven

Over het deel van een eigen pand dat u voor uw onderneming gebruikt, schrijft u af. Gebruikt u het hele pand voor uw onderneming, dan kunt u dus over het hele pand afschrijven.

Uitgangspunten voor het bepalen van de afschrijving:

•De bedrijfsruimte kan 50 jaar mee.
•De hoogte van de afschrijving hangt af van de gebruiksduur van het pand.
•U moet rekening houden met een restwaarde van het pand.
•U mag niet afschrijven over grond.

De hoogte van de afschrijving berekent u als volgt.
De aanschafwaarde van (het ondernemingsgedeelte van) het pand (= A) vermindert u met (een evenredig deel van) de waarde van de grond, die bij het pand hoort (= G). Verder houdt u rekening met de restwaarde van het pand (= R). De hoogte van de afschrijving per jaar is A - R - G x 2%. Op deze afschrijving kan een aftrekbeperking van toepassing zijn.

De toepassing van de jaarlijkse afschrijving op het pand is alleen mogelijk als:

•De boekwaarde van het pand dat de onderneming gebruikt hoger is dan 50% van de WOZ-waarde (= bodemwaarde).
•De jaarlijkse afschrijving over uw pand niet groter is dan het verschil tussen de boekwaarde en bodemwaarde.
Voorbeeld

De boekwaarde van een pand (inclusief ondergrond) is € 200.000. De WOZ-waarde is € 396.000. De bodemwaarde is € 198.000 (= 50% van WOZ-waarde). Daardoor is er maximaal € 2.000 af te schrijven in dit boekjaar. Er kan worden afgeschreven omdat de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde. De afschrijving: 2% op de boekwaarde van het pand € 200.000 = € 4.000. Maar er mag niet meer worden afgeschreven dan het verschil tussen boekwaarde en bodemwaarde. De afschrijving van het pand is dus maximaal € 2.000.

Let op!

Er kan niet meer worden afgeschreven wanneer de bodemwaarde van het pand is bereikt.
(regeling ingebouwd in activa manager plus)

Tags: 
tip

Milieulijst 2010 MIA\Vamil-regeling gepubliceerd

Ondernemers kunnen in 2010 weer fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke technieken als zij gebruik maken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil). Voor het aanvragen van MIA/Vamil voor investeringen in duurzame stallen en kassen gaat een andere aanvraagsystematiek gelden, zo meldt SenterNovem. Daarnaast verandert er op Milieulijst veel voor o.a. investeringen in waterbesparing en waterzuivering en investeringen in duurzame viskweek. De tijdelijke verhoging voor een groot aantal bedrijfsmiddelen op de Milieulijst blijft gehandhaafd. Middels een tijdelijke regeling kunnen bepaalde ondernemingen in aanmerking komen voor 20 procent extra MIA.
Op de Milieulijst staan alle milieuvriendelijke investeringen die in aanmerking komen voor MIA en Vamil. De lijst wordt jaarlijks aangepast. De Milieulijst 2010 is op 21 december 2009 gepubliceerd in de Staatscourant. Hieronder enkele opvallende wijzigingen van de lijst.

Hogere aftrek
In verband met de crisismaatregelen geldt sinds juni 2009 voor veel investeringen een hoger aftrekpercentage. Deze hogere aftrekmogelijkheden blijven in 2010 gehandhaafd. Daarnaast kunnen ondernemers die niet tot de visserij, land- of tuinbouw behoren, in 2010 gebruik maken van 20 procent extra MIA, mits ze vóór de economische crisis financieel gezond waren en tot een maximum van 500.000 euro extra steun per onderneming. Om in aanmerking te komen, moeten zij een modelverklaring meesturen met het meldingsformulier.

Kassen en stallen
De omschrijvingen voor duurzame kassen en stallen op de nieuwe Milieulijst veranderen ten opzichte van 2009. De eisen voor de stallen blijven gelijk, maar de duurzame kassen moeten per 1 januari 2010 aan de eisen voldoen zoals vermeld in het certificatieschema Groen Label Kas 9. Daarnaast hanteert de nieuwe Milieulijst voor zowel kassen als stallen forfaitaire bedragen per m2 teeltoppervlak repectievelijk dierplaats. Gemiddeld betekent dit dat er niet meer of minder MIA/Vamil aangevraagd kan worden, maar de nieuwe aanvraagsystematiek moet de administratieve lasten voor zowel de bedrijven als de overheid verminderen.

Waterhergebruik en waterzuivering
De Milieulijst 2010 biedt nieuwe generieke omschrijvingen voor het terugwinnen van stoffen uit afvalwater, voor waterzuivering en voor het behandelen van zuiveringsslib. End-of-pipe technieken zullen de komende jaren minder aandacht krijgen. Ondernemers die investeren in waterbesparing kunnen al enkele jaren gebruik maken van MIA/Vamil via generieke omschrijvingen.

Duurzame viskweek
Vanaf 1 januari hanteert de MIA/Vamil een maatlat voor Duurzame Aquacultuur. Kwekers van Tilapia en Afrikaanse meerval kunnen fiscaal voordelig investeren in kwekerijen die aan deze maatlat voldoen. Ook kwekers van andere vissoorten kunnen voordeel behalen via MIA/Vamil wanneer zij aan de niet-soortspecifieke eisen van de maatlat voldoen.

Duurzaam vervoer
De Milieulijst 2010 biedt nieuwe voordelen voor duurzaam vervoer over het water. Ondernemers die investeren in duurzaam vervoer over de weg kunnen al enige tijd gebruik maken van MIA/Vamil voordelen. De marktintroductie van de elektrische scooters was zelfs zo succesvol dat deze in 2010 geen steun meer nodig hebben en van de Milieulijst af zijn.

Biodiversiteit
Nieuw op de Milieulijst is bovendien een generieke code voor de versterking van biodiversiteit, een natuurspeelplek voor in de stad en verjagingsapparatuur voor vogels en vleermuizen bij windturbines.

MIA en Vamil
MIA en Vamil zijn fiscale stimuleringsregelingen van de ministeries van VROM en Financiën. Milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor beide regelingen, of voor één van de regelingen. Via de MIA kunnen ondernemers tot 40 procent van de investeringskosten voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel aftrekken van de fiscale winst. Met de Vamil kunnen bedrijven zelf bepalen wanneer ze de investeringskosten van een bedrijfsmiddel afschrijven. Dat levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. SenterNovem voert de MIA en Vamil uit.

Tags: 
tip

MIA en VAMIL fiscaal voordelig investeren

De overheid beoogt met zowel de MIA als de VAMIL investeringen in milieuvriendelijke apparatuur door bedrijven te bevorderen. De MIA voorziet in een extra belastingaftrek; de VAMIL biedt een liquiditeits- en rentevoordeel. Beide fiscale faciliteiten richten zich uitsluitend op bedrijfsmiddelen die zijn vastgelegd in de zogenaamde Milieulijst.

MIA

Met behulp van de MIA zijn investeringskosten van bedrijfsmiddelen voor 15, 30 of 40% extra aftrekbaar van de fiscale winst. Het toepasbare percentage wordt bepaald door de categorie waarbinnen het bewuste bedrijfsmiddel valt in de Milieulijst. Voor 2010 liggen deze percentages in bepaalde gevallen hoger.

VAMIL

De VAMIL-regeling is een fiscale faciliteit waarmee de ondernemer zelf kan bepalen wanneer de investeringskosten van een bedrijfsmiddel worden afgeschreven. Versnelde afschrijving van investeringskosten kan leiden tot financiële voordelen. VAMIL kan worden toegepast op investeringskosten die betrekking hebben op aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen uit de Milieulijst.

Crisispakket

Als onderdeel van het crisispakket is voor de jaren 2009 en 2010 afgesproken om € 30 miljoen extra ter beschikking te stellen voor milieu-investeringen. Voor 2010 betekent dit dat de tijdelijke verhoging van het aftrekpercentage voor een groot aantal bedrijfsmiddelen op de Milieulijst gehandhaafd blijft. Daarnaast kunnen bedrijven die niet tot de visserij, land- of tuinbouw behoren in 2010 aanspraak maken op 20% extra milieu-investeringsaftrek, dus 35, 50 of 60%. Hiervoor gelden als extra voorwaarden dat bedrijven vóór de economische crisis financieel gezond waren en maximaal € 500.000 extra steun hebben ontvangen.

Subsidiebedrag

In 2010 is voor de MIA € 113 miljoen beschikbaar en het budget voor de VAMIL bedraagt € 55 miljoen. Aanvragen voor zowel MIA als VAMIL kunnen doorlopend in het jaar worden ingediend. Een combinatie van beide blijft mogelijk.


regeling is ingebouwd in Activa Manager plus

Tags: 
tip

Vrijval herinvesteringsreserve

Vrijval herinvesteringsreserve

Bron: Overig | jurisprudentie | LJNBG2064, AWB 06/3166 | 16-11-2008

De belastingheffing over de bij verkoop van een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst kan worden uitgesteld door de vorming van een herinvesteringsreserve. De reserve wordt als eerste afschrijving afgeboekt op investeringen in andere bedrijfsmiddelen.

Alleen bij bedrijfsmiddelen waarop niet wordt afgeschreven en bedrijfsmiddelen met een afschrijvingsduur van meer dan tien jaar geldt als eis dat de nieuwe bedrijfsmiddelen dezelfde economische functie in de onderneming moeten hebben als de verkochte bedrijfsmiddelen. Deze eis wordt gesteld om te voorkomen dat de belastingheffing over de gerealiseerde meerwaarde van een bedrijfsmiddel voor onbepaalde tijd kan worden uitgesteld door de meerwaarde door te schuiven naar een niet-afschrijfbaar bedrijfsmiddel of naar een bedrijfsmiddel met een langere afschrijvingsduur. Hoewel daar in de memorie van toelichting niet over is gesproken, geldt de eis ook wanneer iemand de herinvesteringsreserve van een niet-afschrijfbaar bedrijfsmiddel wil afboeken op een afschrijfbaar bedrijfsmiddel. Een herinvesteringsreserve die is gevormd na de verkoop van grond kan daarom niet zonder meer worden afgeboekt op aanschaffingskosten van een bedrijfshal. Er moet dan voldaan zijn aan de voorwaarde dat beide bedrijfsmiddelen dezelfde economische functie hebben. Op grond wordt namelijk niet afgeschreven en op een bedrijfshal wordt langer dan 10 jaar afgeschreven. Het enkele feit dat het vervreemde perceel zou hebben kunnen dienen als ondergrond voor een opstal maakt niet dat beide bedrijfsmiddelen dezelfde economische functie hadden. De herinvesteringsreserve moest worden toegevoegd aan de belastbare winst.

Tags: 
tip

BV mag ten onrechte niet toegepaste afschrijving inhalen

Een bv heeft in de jaren 1993-2001 niet op een onroerende zaak afgeschreven. Rechtbank Arnhem beslist dat de bv hierdoor niet in overeenstemming met de wet en goed koopmansgebruik heeft gehandeld. Omdat er sprake is van een afschrijvingsfout is de foutenleer van toepassing en kan de bv alsnog een extra afschrijving van ruim € 1,5 miljoen euro in mindering brengen op de belastbare winst van 2002.

Bedrijfsverzamelgebouw

De bv koopt in 1986 een onroerende zaak. Ze maakt de onroerende zaak geschikt voor de verhuur. In 1992 is de onroerende zaak gereed om als bedrijfsverzamelgebouw te worden verhuurd. Tot en met 1991 wordt afgeschreven op basis van 10% van de boekwaarde. In 1992 wordt besloten om - met terugwerkende kracht - af te schrijven op basis van de aanschafwaarde. Op de gebouwen wordt 3% afgeschreven en op de installaties 10%. Dit leidt in 1992 tot een incidentele bate.

Geen afschrijving

Vanaf 1993 wordt de boekhouding van de bv door een nieuwe adviseur gedaan. Vanaf dat moment wordt niet meer afgeschreven op het bedrijfsverzamelgebouw. In 2002 - bij de overgang naar een nieuwe adviseur - wordt een extra afschrijving van ruim € 2 mln meegenomen in verband met het niet afschrijven op het bedrijfsverzamelgebouw. De inspecteur accepteert de extra afschrijving niet.

Geen restwaarde

De rechtbank overweegt dat zowel de bv als de inspecteur in 1992 bij het bepalen van de afschrijvingspercentages zijn uitgegaan van een restwaarde van de gebouwen en installaties van nihil. De rechtbank kan de inspecteur dan ook niet volgen in zijn stelling dat er geen ruimte meer is voor afschrijving gelet op de restwaarde van de bijgebouwen.

Goed koopmansgebruik

De rechtbank is van mening dat de bv niet in overeenstemming met de wet en goed koopmansgebruik heeft gehandeld door in de jaren 1993-2001 niet op de onroerende zaak af te schrijven. Volgens de rechtbank is er sprake van een afschrijvingsfout zodat de foutenleer van toepassing is.

Foutenleer

Als de foutenleer van toepassing is dan moet de fout worden hersteld in het oudste nog openstaande jaar. Nu 2002 het oudste nog openstaande jaar is en over de jaren 1993 tot en met 2001 geen navorderingsaanslag meer kan worden opgelegd, dient de extra afschrijving van € 1.590.948 in dat jaar te worden toegepast.

Tags: 
tip

Afschrijvingen, regels vanaf 1-1-2007

De regelgeving over de fiscale afschrijving van onroerende zaken, goodwill en bijvoorbeeld machines en IT-apparatuur is per 1 januari 2007 fors gewijzigd. Er geldt een beperkt overgangsrecht. Waaruit bestaan de nieuwe regelgeving en het overgangsrecht in grote lijnen, waarmee moet u rekening houden?

De regelgeving over de fiscale afschrijving van onroerende zaken, goodwill en bijvoorbeeld machines en IT-apparatuur is per 1 januari 2007 fors gewijzigd. Er geldt een beperkt overgangsrecht. Waaruit bestaan de nieuwe regelgeving en het overgangsrecht in grote lijnen, waarmee moet u rekening houden?

Afschrijving van gebouwen

De fiscale afschrijving van gebouwen wordt beperkt (de bepaling van de afschrijvingssystematiek verandert niet). Na de bepaling van de jaarlijkse afschrijvingslast (op basis van goed koopmansgebruik) moet een additionele toets plaatsvinden of een fiscale afschrijvingslast mogelijk is. Bij afschrijving op een gebouw worden opstal, ondergrond en aanhorigheden als één geheel beschouwd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen beleggingspanden en panden in eigen gebruik:

•Gebouwen die worden verhuurd aan derden (beleggingspanden) zijn slechts afschrijfbaar totdat de boekwaarde van het pand inclusief de ondergrond de WOZ-waarde heeft bereikt. Dit betekent dat afschrijving van deze beleggingspanden slechts is toegestaan indien de boekwaarde hoger is dan de WOZ-waarde.
•Overige gebouwen (panden in eigen gebruik) zijn slechts afschrijfbaar totdat de boekwaarde van het pand inclusief de ondergrond 50% van de WOZ-waarde heeft bereikt.

Overgangsrecht voor gebouwen

Volgens het geldende overgangsrecht mag in totaal nog maximaal 3 jaar volgens de huidige regels worden afgeschreven voor panden waarop op het moment van inwerkingtreden van het wetsvoorstel niet langer dan 3 jaar is afgeschreven. Dat betekent dat voor panden waarop voor het eerst is afgeschreven in 2004, 2005 of 2006, nog mag worden afgeschreven naar huidig recht tot respectievelijk 2007, 2008 of 2009.
Als de fiscale boekwaarde per 1 januari 2007 lager is dan de bodemwaarde (WOZ-waarde), dan wordt niet teruggekomen op de afschrijvingen in het verleden.

Afschrijving van goodwill: ten minste 10 jaar

De termijn voor afschrijving op goodwill wordt op ten minste 10 jaar gesteld. De termijn kan langer zijn als de goodwill gedurende een langere periode resultaten oplevert. Anderzijds kan binnen de periode van 10 jaar afwaardering plaatsvinden voor zover de bedrijfswaarde van de goodwill lager is dan de boekwaarde.

Afschrijving van overige bedrijfsmiddelen: ten minste 5 jaar

De afschrijvingstermijn voor overige bedrijfsmiddelen, zoals machines en ICT apparatuur, wordt gesteld op ten minste 5 jaar. Uiteraard zal in geval van bedrijfsmiddelen die gedurende een kortere periode als bedrijfsmiddel aanwezig zijn, bij vervreemding dan wel het tenietgaan op dat tijdstip de resterende waardevermindering fiscaal ten laste van de winst kunnen worden gebracht.

Overgangsrecht voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen

De resterende afschrijving op goodwill en overige bedrijfsmiddelen wordt volgens de overgangsregeling naar evenredigheid verdeeld over de nog resterende jaren volgens het nieuwe afschrijvingssysteem. Voorbeeld: op een goodwill die is aangeschaft in januari 2005 voor 100.000 is in twee jaar 40% afgeschreven. De resterende afschrijving is 60.000. Deze wordt in de resterende 8 jaren afgeschreven, ofwel 7.500 per jaar.

Als tweede voorbeeld een afschrijving tot op restwaarde. Een auto wordt aangeschaft in januari 2005 voor 39.000, waarop in 4 jaar wordt afgeschreven tot een restwaarde van 3.000. Op 1 januari 2007 heeft deze auto, bij een lineaire afschrijving van 9.000 per jaar, een boekwaarde van 21.000. Uitwerking onder de overgangsregeling is als volgt. Vóór 1 januari 2007 is reeds 2 jaar afgeschreven. Maximaal mag dan in de resterende drie jaren telkens eenderde van de boekwaarde per 1 januari 2007 worden afgeschreven. De afschrijving in 2007 en 2008 is dan 7.000. In 2009 resteert nog een afschrijving van 4.000, waarmee de restwaarde van 3.000 wordt bereikt.

Bovenstaande regelgeving is geïmplementeerd in Activa Manager plus.

Tags: 
tip

Pages